Zijn accountants en advocaten geschikt voor fraudeonderzoek?

Ik las in het Financieel Dagblad van 16 maart 2015 het door Pieter Couwenbergh en Jeroen Piersma prima geschreven artikel “Advocaat verdringt accountant” met de ondertitel “Forensisch accountants zien concurrentie groeien bij fraudeonderzoek”.

Wat mij direct opvalt is de ietwat negatieve insteek van geïnterviewden, omdat gesproken wordt over: hun domein, gebrek aan deskundigheid, partijdigheid, broodnijd, klantbelang, streepje voor. Woorden, die helaas allemaal naar de “tegenpartij” wijzen. Jammer, dat men successen vooral aan zichzelf toerekent en zwakke plekken aan anderen, de organisatie of de markt.

Wie het fraudeonderzoek ook verricht: iedere (particuliere) onderzoeker heeft vanuit zijn eigen discipline te maken met onpartijdigheid, deskundigheid, betrouwbaarheid, waarborgen, certificering, objectiviteit, waarheidsvinding, wet- en regelgeving en privacyaspecten.

Ik kom in mijn werk in onderzoeksland allerlei gedragsregels, vergunningen en certificeringen tegen met vele titels en gelukkig ook overlappingen, zoals:

  • NIVRE (Nederlands Instituut Van Register-Experts): titel re, eigen gedrags- en tuchtregels
  • NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants): titel AA of RA, eigen handreikingen en samenstellingsovereenkomsten
  • NVB (Nederlandse Veiligheidsbranche): de sectie Particulier Onderzoeksbureau heeft aan de wieg gestaan van de Privacy gedragscode voor particuliere recherchebureaus
  • NOvA (Nederlandse Orde van Advocaten): titel mr, beroepsregels volgens de Advocatenwet
  • BPOB (Branchevereniging voor Particuliere Onderzoekbureaus): titel RON, eigen statuten en huishoudelijk reglement
  • ACFE (Association of Certified Fraud Examiners): titel CFE, eigen Code of Professional Ethics.

Opvallend is, dat elke doelgroep mooie kernwaarden heeft: onafhankelijk, deskundig, integer, vertrouwelijk, professionaliteit. Dit is niet bijzonder onderscheidend, want wie is dit niet?

Er zijn natuurlijk kleine verschillen: de advocaat is “partijdig” en steunt zijn cliënt door dik en dun, maar vergeet daardoor hoop ik niet zijn waarheidsvinding.

Ik communiceer tijdens onderzoeken, op fraudemeetings, op sociale media, bij individuele netwerkcontacten en tijdens vergaderingen met vele deskundige onderzoekers, die dezelfde doelgroep aan het bevechten zijn, zonder dat iedereen zich de gezamenlijke belangen beseft: de boef, de fraudeur, de crimineel, de bedrieger, de oplichter buiten de deur zien te houden dan wel aan te pakken.

U zult herkennen, dat verschillende instanties onderzoek verrichten tegen dezelfde persoon zonder dat men van elkaar weet of (nog erger) gewoon de andere kant opkijkt in verband met een eigen belang of dat van hun opdrachtgever.

Mijn zienswijze: vanuit onderzoeksperspectief is er geen verschil uit welke school de onderzoeker komt. Het eerlijke DNA moet wel door je bloed stromen én je moet bereid zijn om daadwerkelijk samen te werken, omdat we (ondanks “verschillen”) uiteindelijk dezelfde belangen hebben.

Het onderscheidende vermogen en de toegevoegde waarde van ultiem en professioneel particulier onderzoek zit in co-creatie. Echte samenwerking lijkt in deze waanzinnige wereld van financieel-economische criminaliteit helaas nog ver te zoeken en meer een mooie droom!

Wie durft?